GEMA-/ GVL- Vergoeding voor het gebruik van muziek in dansscholen

De u.a. de Auteursrecht verantwoordelijk I. Civiele Senaat van het Bundesgerichtshof te maken gehad met drie methoden door het Hof van München algemene afspraken over beloning in hoger vastgesteld voor het gebruik van muziek in danslessen en balletlessen.

De drie verdachten zijn verenigingen, waarvan de leden onder meer vele dansscholen en balletscholen. Deze geven in danslessen of balletlessen op opnames opgenomen muziek. Maar ze hebben zowel de samenleving voor muzikale presterende- en reproductierechten (GEMA) en verzoekster, de Vereniging voor de exploitatie van uitvoeringsrechten (GVL), elkaar geen geld te betalen. GEMA ontvangt een vergoeding voor het gebruik van het auteursrecht aan de mening van hun componisten en tekstdichters. Verzoekster heeft verzocht om vergoeding voor het gebruik van de uitoefening van haar eigen prestaties rechten van uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen. Tussen de eiser en de gedaagde waren algemene afspraken, volgens welke de verdachte voor de reproductie van geluidsopnamen een vergoeding gelijk aan een premie van 20% moest betalen aan de desbetreffende collectieve GEMA. Na ontvangst van de GEMA 5/6 en de aanvrager 1/6 het totale door de verdachten moet worden betaald voor het gebruik van muziek beloning.

De aanvrager heeft verzocht om gerechtelijke instelling nieuwe algemene afspraken bij het Hof van München Oberlandesgericht. Zij is van mening, in het contract overeengekomen datum in totaal 20% toeslag op de GEMA-tarief moet worden verhoogd tot een 100% eigendom toeslag, omdat de prestaties van de naburige rechten en de auteur waren van gelijke.

Het Hof van München Oberlandesgericht, de totale contracten vanwege de Copyright Administration Act na “redelijk oordeel” vaststelt, heeft de beloning toegenomen in de nieuwe algemene overeenkomsten tussen de eiser en de gedaagde en mits een toeslag van 30% op de GEMA tarief.

In tegenstelling, de aanvrager en in twee methoden, de verdachten hebben, die willen vasthouden aan de toeslag van 20%, gestoken toegestaan ​​door het Hof van Beroep bij het Bundesgerichtshof.

Het Federale Hof van kosten door het Hof van totale contracten niet in alle opzichten goedgekeurd in hoger ingesteld en daarom terugverwezen de zaken aan de nieuwe hoorzitting en het besluit van het Hof van Beroep.

Het Hof van Beroep werd toegestaan ​​in de kwestie van de geschiktheid van de award, zelfs in de gevallen in het vorige, orient decennia beoefend toelagen. Het heeft maar weinig overtuigend vastgesteld, waarom een ​​vergoeding gelijk aan een toeslag van 30% komt overeen met de GEMA percentage van het eigen vermogen. In het bijzonder gaf aanleiding tot de verhoging van de vergoeding met een groeiend belang in de laatste decennia van artiesten voor openbare uitvoeringen van muziekwerken, hoewel zal worden begrepen, dat deze omstandigheid geen significant effect heeft op het gewone gebruik van muziek in dansscholen, omdat de uitvoerder van het lied is hier geen nadruk op. Daarnaast is het Hof van Beroep heeft op valse redenering, de beloningsregelingen voor uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen aan de ene kant en de muziek auteursrechten anderzijds op het gebied van doorgifte via de kabel, kopiëren voor prive-en de radio niet op te nemen in de beoordeling.

Arresten 18. Juni 2014 – I ZR 214/12, I ZR 215/12 en I ZR 220/12

OLG – Arresten 27. September 2012 – 6 Sch 13/10 WG, 6 Sch 14/10 WG und 6 Sch 15/10 WG,

Gelieve Beoordeel

Voor meer informatie: